
Is het je ook weleens overkomen dat je een bakplaat uit de oven haalt en ontdekt dat de randen verbrand zijn, terwijl het midden nog rauw is? Het is frustrerend en verspilling van energie. Bovendien is het een nachtmerrie voor de efficiëntie van je oven.
Het probleem zit meestal in de manier waarop de hitte bij het brood komt. De meeste ovens werken op basis van convectie: ze verwarmen eerst de lucht en hopen dan dat dit voldoende is. Maar lucht beweegt zich langzaam en niet overal even goed. Hierdoor bereikt de hitte niet altijd waar het nodig is.
Daarom hebben we die oude resistieve elementen vervangen door koolstofvezelhalogeeninfraroodlampen. Hier is het geheim: deze lampen wachten niet tot de lucht op temperatuur is. Ze stralen kortegolfig infraroodlicht rechtstreeks naar de deegmassa. Het is dus direct en snel.
Binnenin de kwartsbuis zitten een koolstofvezelfilament en een halogengas. Het gas zorgt er vervolgens voor dat het verdampte wolfraam weer op het filament terechtkomt. Hierdoor blijft de vermogensafgifte constant, waardoor de lampen veel langer meegaan voordat ze kapotgaan.
Afhankelijk van de ruimte die je in je oven hebt, kunnen we lampen kiezen die de hitte bijna onmiddellijk opwekken. Omdat ze zo krachtig zijn, kun je de verwarmingszone kleiner maken zonder dat de kwaliteit afneemt. Bovendien passen ze perfect in je bestaande PID-controllers, zodat je je hele elektrische installatie niet hoeft te vervangen.
Eén belangrijk punt: het kwartsglas is best bestand tegen hitte, maar het is wel broos. Als de bevestigingsonderdelen te strak zitten, kan het glas breken wanneer het uitzet. Geef het dus wat ruimte.
Er is echter wel een nadelen: deze lampen werken erg snel. Omdat de hitte zo intens is, moeten de sensoren nauwkeurig werken. Als de PID-regeling te agressief ingesteld is, kan het gebeuren dat de korst te snel verbrandt, voordat je het zelfs maar merkt.
De beste oplossing? Gebruik meerdere zones. Plaats de lampen zo dat er geen ‘koude plekken’ ontstaan. Op deze manier krijgt elk brood precies dezelfde hoeveelheid energie, ongeacht waar het zich op de transportband bevindt.